Het gebruik van kruiden als geneesmiddel is zo oud als de mensheid zelf. Voor paarden hebben kruiden altijd bij het menu gehoord.  Afhankelijk van waar ze leefden was de variatie groot of juist erg beperkt.

Dieren, zoals paarden, staan dichter bij de natuur waardoor zij intuïtief aanvoelen welke plant ze wanneer nodig hebben. In de natuur had een paard immers ook geen stalapotheek! Dus was hij aangewezen op de kruiden die in zijn omgeving groeiden. 
Ze kiezen de planten en kruiden uit die op dat moment voor hun goed zijn. Dat kan betekenen dat ze soms een kleine hoeveelheid nemen van een kruid dat in andere situaties juist schadelijk kan zijn.

Van nature weten paarden intuïtief wat goed is. Hier moet wel een kanttekening bij geplaatst worden, want een paard moet wel in balans zijn om bij dit "weten" te kunnen. Niet ieder paard kun je laten kiezen uit een kruidentuin. Als je uit balans bent kies je vanuit de disbalans in jezelf en je keuzes zijn dan vaak niet afgestemd op het helen van jezelf.

De werking van een kruid is meer dan de werking van de verschillende inhoudsstoffen samen. Planten bevatten naast de normale voedingsstoffen zoals vitamines, mineralen, sporen elementen etc. ook een complexe reeks bioactieve stoffen, die geen voedingswaarde bezitten. Deze secundaire plantenstoffen ondersteunen elkaar en zorgen daarmee voor een breed werkingsmechanisme op het gebied van gezondheids-bevorderende en -beschermende processen in het lichaam. Secundaire plantenstoffen zijn een verzamelnaam voor de organische verbindingen die door de plant zelf gemaakt worden, maar die geen deel uitmaken van de primaire stofwisseling van een plant. Deze stoffen vervullen een groot aantal rollen; bv als kleurstof, geurstof en andere signaalstoffen. Zo bepalen de secundaire stoffen o.a. de smaak van groentes, kruiden en specerijen.

Dit is de reden dat geïsoleerde inhoudsstoffen, juist bij dieren, vaak minder goed werken dan de oorspronkelijke gehele plant. Planten en kruiden zitten vol met biologisch actieve substanties (de secundaire plantenstoffen) die in staat zijn om verschillende processen in het lichaam te beïnvloeden. Dit zijn dan ook  de oorspronkelijke stoffen die normaal in het lichaam voorkomen en die het paard op celniveau ook kent en herkent!

Met name de kruiden die in het paard zijn eigen omgeving groeien hebben een sterkere werking dan dezelfde kruiden die je kant-en-klaar gekocht hebt.

Tegen het einde van de zomer (en in de herfst)  snoepen sommige  paarden graag van de rozenbottel struiken. Ze zijn heel behendig in het pakken van de rozenbottels met soms een paar blaadjes erbij, en in het omzeilen van de stekels. Naast het feit dat ze lekker zijn bevatten rozenbottels ook hele nuttige stoffen als biotine, B3, vitamine C, E en K, pectine en looizuur.

Wist je dat bijna alle geneesmiddelen afgeleid zijn van kruiden:  Allotherapie (chemische preparaten c.q. medicijnen) is gebaseerd op fytotherapie (kruiden geneeskunde)!

Wil je meer over dit onderwerp weten neem dan contact met ons op.